NIEUWSFEED

Nieuws uit de Rechtspraak

Alle landelijke nieuwsberichten van de Rechtspraak
  1. Nederland scoort hoog op onafhankelijkheid en efficiëntie

    De 10de editie van het EU Justice Scoreboard 2022 is gepubliceerd. De jaarlijkse publicatie van de Europese Commissie geeft een overzicht van hoe de rechtssystemen van lidstaten van de Europese Unie scoren op het gebied van efficiëntie, kwaliteit en onafhankelijkheid. Uit het scoreboard blijkt dat Nederland ook in tijden van corona nog altijd hoog scoort als het gaat om onafhankelijkheid en efficiëntie. Wel is er ruimte voor verbetering op het gebied van de doorlooptijden in 2e en 3e aanleg en digitalisering.  

    Vertrouwen

    Nederland scoort ook dit jaar weer hoog op de waargenomen onafhankelijkheid van de rechtspraak. Het vertrouwen dat de samenleving in de rechtspraak heeft, is nog altijd hoog. Ook het vertrouwen van bedrijven is hoog, alhoewel deze score wel gedaald is ten opzichte van vorig jaar. Een daling in het vertrouwen is ook te zien in 14 andere lidstaten. 

    Doorlooptijden

    Verder laat het scoreboard zien dat de doorlooptijden bij zaken in eerste aanleg, vooral bij civiel en handel, kort zijn vergeleken met andere Europese landen. Wel is de gemiddelde tijd waarin civiele zaken en handelszaken in Nederland afgedaan worden, gestegen. Deze publicatie betreft veel data uit 2020, het eerste coronajaar. Opvallend is dat veel scores bij efficiëntie en onafhankelijkheid ongunstiger zijn dat in andere jaren. Bijvoorbeeld de gemiddelde tijd die nodig is om een bestuurszaak af te handelen is in eerste aanleg behoorlijk gestegen. Langere doorlooptijden in 2020 waren in de meeste andere lidstaten ook aan de orde. 

    Digitalisering

    Op het gebied van digitalisering zijn er als het aan de Europese Commissie ligt verbeteringen mogelijk. Zo is het in Nederland alleen bij sommige zaaksoorten mogelijk online toegang te hebben om de voortgang van een zaak in te zien. Het is ook niet mogelijk om online een zaak te starten in Nederland, terwijl dat in andere landen wel kan.

  2. De verschillende mogelijkheden van schadeloosstelling in het concept-wetsvoorstel hersteloperatie toeslagen zijn ingewikkeld en onoverzichtelijk. Daardoor zijn ze voor gedupeerden moeilijk te begrijpen. Dit blijkt uit een wetgevingsadvies (pdf, 259,5 KB) van de Raad voor de rechtspraak. Daarnaast veroorzaken de verschillende vormen van schadeloosstelling meer druk bij organisaties die de regelingen uitvoeren. Dit verhoogt de kans op fouten, met het risico dat gedupeerde ouders mogelijk weer compensatie moeten terugbetalen.

    De Raad voor de rechtspraak heeft bij staatssecretaris De Vries (Toeslagen en Douane) advies uitgebracht over het concept-wetsvoorstel hersteloperatie toeslagen. Daarin staat dat het wetsvoorstel een verscheidenheid aan vormen van schadeloosstelling kent, van compensatie tot tegemoetkoming, een vast, eenmalig bedrag en kwijtschelding. Gedupeerden krijgen die schadeloosstelling in het ene geval automatisch (ambtshalve - ze hoeven er niets voor te doen), maar in het andere geval moeten ze er een aanvraag voor indienen. Hierdoor is het voor gedupeerden moeilijk te begrijpen óf ze iets moeten doen en wát ze moeten doen om schadeloosstelling te ontvangen, aldus de Raad.

    Risico op fouten

    De verschillende methodes van schadeloosstelling leggen verder een enorme druk op de instanties die deze regelingen moeten uitvoeren. Daardoor ontstaat er opnieuw risico op fouten, waardoor gedupeerden toegekende compensatie mogelijk (deels) weer moeten terugbetalen. Een doel van het wetsvoorstel, namelijk herstel van vertrouwen, kan daardoor onder druk komen te staan.

    Forfaitair bedrag

    Een speciaal onderdeel uit het wetsvoorstel is de toekenning van een forfaitair (vast, eenmalig) bedrag. De staatssecretaris stelt dat op €30.000,00. De Raad wijst op mogelijke problemen bij de verdeling van dat bedrag tussen voormalige partners. De hoofdregel is dat dit bedrag slechts eenmaal wordt uitbetaald en dat de ex-partners het onderling moeten verdelen. Die verdeling kan echter leiden tot conflicten, zeker als het volledig willekeurig is welke partner het bedrag krijgt.

    Rechtsbescherming

    De Raad wijst in het wetgevingsadvies ook op een andere onwenselijke situatie. Als een gedupeerde naar de rechter wil gaan omdat hij het niet eens is met een beslissing van een instantie, dan is het voor hem moeilijk te achterhalen bij welke rechter hij moet zijn. Dit komt doordat de rechtsbescherming voor diverse onderdelen van het wetsvoorstel is ondergebracht bij verschillende gerechtelijke instanties. De Raad adviseert dan ook nadrukkelijk om een aparte paragraaf rechtsbescherming in het wetsvoorstel op te nemen.

    Uitwisseling gegevens

    Ten slotte ziet de Raad ook een het risico bij het uitwisselen van gegevens tussen de verschillende instanties. Daardoor is in een eerdere fase van de toeslagenaffaire onder omvangrijke groepen mensen veel wantrouwen in de overheid ontstaan. Het advies van de Raad hierover is dan ook om deze gegevensverstrekking zo beperkt mogelijk te houden.

  3. Rechtspraak noemt 11 ‘buikpijndossiers’ in jaarverslag

    Rechters maken zich zorgen over de onrechtvaardige uitwerking van een aantal wetten. In het vandaag gepubliceerde jaarverslag van de Rechtspraak worden 11 zogenoemde buikpijndossiers expliciet genoemd. Het gaat bijvoorbeeld over knellende wetgeving rondom transitievergoedingen en het gebrek aan menselijke maat bij de uitvoering van (een deel van) de zorgverzekeringswet. Maar ook om het taakstrafverbod, waardoor rechters niet de meest rechtvaardige, passende en effectieve straf kunnen opleggen. 

     ‘Onze rechters en medewerkers zien waar het recht in de dagelijkse praktijk knelt, waar processen vastlopen en waar onrechtvaardigheid het rechtssysteem binnendringt’, schrijft Henk Naves (voorzitter Raad voor de rechtspraak) in zijn jaarbericht. ‘Het gaat in de regel om rechtszaken waarbij mensen in een al kwetsbare positie nóg verder het moeras in worden getrokken als niemand aan de bel trekt.’ Hoewel het staatsrechtelijk kan schuren is het volgens hem daarom van belang deze buikpijndossiers te benoemen. Ook omdat de oplossing de grenzen tussen staatsmachten en organisaties vaak overstijgt, stelt Naves. 

    Transitievergoeding

    De transitievergoeding, die ondernemers vaak moeten betalen aan werknemers die zijn ontslagen, wordt door rechters in sommige gevallen meer dan knellend genoemd. Door de coronacrisis getroffen ondernemers staakten regelmatig hun onderneming om een faillissement te voorkomen. Vaak zijn dan het spaargeld en de pensioenvoorziening van die ondernemer al verdampt. Toch moet ook dan een transitievergoeding worden betaald, terwijl dat mogelijk leidt tot het faillissement dat de ondernemer juist probeerde te voorkomen. 

    Zorgverzekeringswet

    Een ander voorbeeld is het gebrek aan menselijke maat bij de uitvoering van artikel 18a van de zorgverzekeringswet. Daarin staat hoe wordt omgegaan met mensen die hun eigen risico, zorgkosten of verzekeringspremie niet (of te laat) betalen. Rechters zien dat mensen in een al kwetsbare positie een boetepremie moeten betalen bij een betalingsachterstand, waardoor problemen oplopen. Door het niet (op tijd) betalen van het eigen risico of de zorgkosten aan hun zorgverzekeraar, krijgen ze ook nog eens te maken met torenhoge proces- en beslagkosten. Rechtszaken hierover worden veelvuldig bij verstek afgedaan, waardoor schrijnende situaties onzichtbaar blijven voor de rechter.

    Taakstrafverbod

    In het jaarverslag wordt ook het taakstrafverbod genoemd, waartegen de Rechtspraak zich al vaker heeft uitgesproken. Door dit verbod mag de rechter bij bepaalde strafzaken geen taakstraf opleggen, terwijl dit soms wél de meest effectieve, passende en rechtvaardige straf is. Daarnaast benoemt de Rechtspraak nog tal van andere buikpijndossiers, onder meer met betrekking tot rijbewijszaken, de basisregistratie personen en de bijzondere bijstand. 

    Knelpunten

    Dat de Rechtspraak zich zo expliciet uitspreekt over knellende wetgeving is een nieuwe ontwikkeling die past bij een derde staatsmacht die meebeweegt met de samenleving. Henk Naves: ‘Ik denk dat we rechten en vrijheden beschermen door deze observaties te delen. We maken concreet waar het hapert als het gaat om de toegang tot de rechter.’ De tijd dat de Rechtspraak zich stilhield als grote maatschappelijke kwesties speelden, is volgens hem dan ook voorbij. ‘Er wordt steeds vaker aan ons gevraagd kleur te bekennen. En buiten dat voelen wij ook steeds vaker de plicht om dit te doen.’ Hij noemt als voorbeelden de noodklok die de Rechtspraak luidde over de vastlopende jeugdbescherming en de openhartige reflectie van bestuursrechters naar aanleiding van de toeslagenaffaire.


    Zie ook:


  4. Rechtspraak wil met bewindslieden in gesprek

    De Rechtspraak wil met minister Weerwind (Rechtsbescherming) en staatssecretaris Van Ooijen (Volksgezondheid, Welzijn en Sport) in gesprek over de tekortschietende zorg voor kwetsbare kinderen. Dat staat in een brief aan de bewindslieden uit maart (pdf, 157,1 KB), waar nog geen formele reactie op is gekomen. In de brief wordt aangedrongen op onmiddellijke maatregelen. Rechters luidden al eerder de noodklok, maar zien dat de situatie alleen maar slechter wordt. 

    Grote zorgen

    De Rechtspraak heeft het afgelopen jaar verschillende keren gewezen op zorgelijke ontwikkelingen in de jeugdzorg, onder meer tijdens een gesprek met de voorgangers van Weerwind en Van Ooijen en een informatief overleg over jeugdbescherming in de Tweede Kamer. ‘Rechters ervaren helaas in hun dagelijkse praktijk een voortdurende verslechtering van de situatie’, staat in de brief. ‘Onze zorgen zijn nog urgenter geworden doordat ze in ernst en omvang zijn toegenomen.’

    Onomkeerbare gevolgen

    Aanleiding is de groei van wachtlijsten in de jeugdzorg. Die zorgen er regelmatig voor dat ingrijpende rechterlijke beslissingen onvoldoende of te laat worden uitgevoerd. Als rechters constateren dat kinderen bedreigd worden in hun ontwikkeling, kunnen ze de overheid machtigen om in te grijpen in hun levens en die van hun ouders, zodat hulp geboden kan worden. Maar in de praktijk blijkt geregeld dat onderzoek en de noodzakelijke hulp na zo’n uitspraak lang op zich laten wachten, bijvoorbeeld omdat gezinsvoogden of jeugdhulpverleners niet beschikbaar zijn. Dat kan onomkeerbare gevolgen hebben, als een uithuisgeplaatst kind zo gehecht raakt aan het pleeggezin dat het niet terug naar huis kan.

    Gebrek aan hulp bij complexe scheidingen

    Ook de hulp aan gezinnen die verwikkeld zijn in een complexe scheiding laat te wensen over. Onder de noemer ‘uniform hulpaanbod’ heeft de Rechtspraak afspraken gemaakt met gemeenten en de jeugdhulpketen over snelle hulpverlening na een rechterlijke uitspraak, maar ook hier gooien wachtlijsten bij gemeenten roet in het eten. Kinderen die door de complexe scheiding van hun ouders beschadigd dreigen te raken, worden daardoor niet of onvoldoende geholpen. Dit kan leiden tot grotere schade in hun ontwikkeling, met ingrijpen door de kinderrechter als gevolg.

    Te weinig behandelplekken voor jonge delinquenten

    In het jeugdstrafrecht spelen vergelijkbare problemen. Als de rechter besluit dat een minderjarige die misdrijven pleegt behandeld moet worden, blijkt vaak dat instellingen met hooggespecialiseerde vormen van jeugdhulp geen plek hebben en ook wachtlijsten voor ambulante behandeling lang zijn. Terwijl juist bij jongeren snel en voortvarend ingrijpen zo belangrijk is om verder afglijden te voorkomen. 

    Oproep

    Rechters zien in hun werk dagelijks de gevolgen van wetgeving die niet goed uitpakt en problemen bij de uitvoering van wetten, bijvoorbeeld door gebrek aan geld en menskracht. Om onrecht te voorkomen wil de Rechtspraak zulke bevindingen delen met de wetgever. ‘Het is de taak van de overheid om kwetsbare kinderen te beschermen’, besluit voorzitter Henk Naves van de Raad voor de rechtspraak de brief. ‘De Rechtspraak (….) doet een dringend beroep op u als verantwoordelijke bewindspersonen om onmiddellijk zodanige voorzieningen te treffen als nodig zijn.’



  5. In 2021 deden rechters uitspraak in ruim 1,4 miljoen zaken, een stijging van 4 procent in vergelijking met 2020. Het aantal zaken ligt nog wel onder het niveau van voor de coronacrisis. Dit blijkt uit het jaarverslag van de Rechtspraak. Het aantal nieuwe zaken dat bij de gerechten werd aangebracht lag met bijna 1,4 miljoen zaken op hetzelfde niveau als een jaar eerder. Het jaarverslag laat nog meer cijfers zien. Bijvoorbeeld over hoeveel mensen er bij de Rechtspraak werken en het aantal gepubliceerde uitspraken en wrakingsverzoeken. 

    Bericht gaat verder onder de infographic.

    Werkzaam binnen de Rechtspraak

    infografic van de rechtspraak in cijfers

    Iets meer dan 12.000 mensen werken elke dag voor een rechtvaardige samenleving. In 2021 waren dat 9.400 rechtspraakmedewerkers, die 2.600 rechters en raadsheren ondersteunden. Van de rechters en raadsheren was 60 procent vrouw. Vorig jaar waren 246 rechters en raadsheren in opleiding en zijn er 32 gepensioneerde rechters heringetreden als rechter-plaatsvervanger om binnen verschillende rechtsgebieden te helpen met het wegwerken van achterstanden. Inmiddels werken in totaal zo'n 117 rechters door na hun pensioendatum.

    Gepubliceerde uitspraken

    De stijgende lijn wat betreft het aantal gepubliceerde uitspraken in het uitsprakenregister op rechtspraak.nl, zet zich door. Om ervoor te zorgen dat ondanks de in 2021 geldende coronamaatregelen partijen en andere belangstellenden (snel) kennis konden nemen van een uitspraak, hebben gerechten zich ervoor ingezet om zoveel mogelijk uitspraken te publiceren. Het aantal gepubliceerde uitspraken steeg van 38.000 (72 per 1.000 relevante uitspraken) in 2020 naar 45.100 (78 per 1.000 relevante uitspraken) in 2021.

    Wrakingsverzoeken

    Wie betrokken is bij een rechtszaak en vindt dat de rechter een zaak niet onpartijdig kan beoordelen, kan door middel van een wrakingsverzoek vragen deze rechter te laten vervangen door een andere. Een gering deel van de wrakingsverzoeken wordt daadwerkelijk gehonoreerd, jarenlang al zo'n 3 procent van het totaal. In 2021 werden er 713 wrakingsverzoeken ingediend, waarvan 587 bij de rechtbanken, 103 bij de gerechtshoven, 21 bij de Centrale Raad van Beroep (CRvB) en 2 bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb). In totaal werden 20 wrakingsverzoeken gegrond verklaard.

    Zie ook